Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017
Onder 7.9 Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017, ECLI:NL:PHR:2017:907.
“[p. 573] Ook in de schriftelijke voorbereiding is heel nadrukkelijk de discussie gevoerd over de bloedverwanten tweede graad. Het gaat hier natuurlijk om een uitzondering die destijds tot stand is gekomen en die door alle indieners van het destijds verdedigde amendement in alle opzichten inhoudelijk is gemotiveerd. Ik behoor zelf tot diegenen die vinden dat, als er sprake is van een gemeenschappelijke huishouding, de onderlinge relatie van de betrokkenen - broer en zus, vriend en vriendin, twee zussen, twee broers, twee vriendinnen of twee vrienden - voor de overheid geen rol zou mogen spelen. Ik realiseer mij dat ik op die stellingname twee uitzonderingen voorstel. De eerste is in de richting van degenen die een bloedverwantschap eerste graad hebben. De motivering daarvoor is gegeven. De afhankelijkheidssituatie die in ieder geval in de daaraan voorafgaande periode tussen de ouder en de betrokken dochter of zoon heeft bestaan, is wat dat betreft doorslaggevend geweest.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58ad052d35211cd31cfdea60c8755df11acc6d68e3c5b8558a18b24e04194671. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58ad052d35211cd31cfdea60c8755df11acc6d68e3c5b8558a18b24e04194671, en de alinea staat in dat document op bytes 116145 tot 117148.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/58ad052d35211cd31cfdea60c8755df11acc6d68e3c5b8558a18b24e04194671 | shasum -a 256