Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017

Onder 8.5 Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017, ECLI:NL:PHR:2017:907.

HR BNB 2009/285 betrof het – op grond van bijstandfraudebestrijdingsoverwegingen ingevoerde – onweerlegbare rechtsvermoeden in art. 3(4)(b) WWB dat ex-partners die op hetzelfde adres hun hoofdverblijf hebben en een gemeenschappelijk kind hebben (ongeacht diens leeftijd), geacht worden een gezamenlijke huishouding te voeren. Voor ex-partners zonder kinderen gold dat vermoeden niet. De CRvB achtte dat onderscheid in strijd met het discriminatieverbod ex art. 26 IVBPR als alle kinderen ouder dan 18 waren. U niet:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58ad052d35211cd31cfdea60c8755df11acc6d68e3c5b8558a18b24e04194671. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58ad052d35211cd31cfdea60c8755df11acc6d68e3c5b8558a18b24e04194671, en de alinea staat in dat document op bytes 150967 tot 151598.