Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017
Onder 8.7 Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017, ECLI:NL:PHR:2017:907.
De CRvB heeft zich in 1991 gebogen over de vanaf 1 januari 1987 geldende AOW-wetgeving, met name art. 1(3) AOW, dat een uitzondering op de gelijkstelling van bepaalde niet-gehuwden met gehuwden maakte voor eerste- en tweedegraads bloedverwanten (art. 5a ABW; zie 4.4). De zaak betrof een belanghebbende die een WAO-uitkering ontving en met haar moeder samenwoonde met wie zij de kosten van levensonderhoud deelde. Haar moeder genoot een AOW-pensioen. Na het overlijden van haar moeder in 1987, verzocht de belanghebbende om een overlijdensuitkering ex art. 18 AOW waarop een overlevende gehuwde of daarmee gelijkgestelde aanspraak zou hebben. Anders dan in eerste aanleg de Raad van Beroep, zag de CRvB in hoger beroep geen gelijke gevallen en (dus) geen strijd met art. 26 IVBPR. De regering heeft tijdens de behandeling van het wetsvoorstel ‘Wijziging van de Algemene Ouderdomswet en enkele andere wetten’ de volgende betekenis aan deze uitspraak gegeven:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58ad052d35211cd31cfdea60c8755df11acc6d68e3c5b8558a18b24e04194671. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58ad052d35211cd31cfdea60c8755df11acc6d68e3c5b8558a18b24e04194671, en de alinea staat in dat document op bytes 155799 tot 156901.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/58ad052d35211cd31cfdea60c8755df11acc6d68e3c5b8558a18b24e04194671 | shasum -a 256