Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017

Onder 8.10 Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017, ECLI:NL:PHR:2017:907.

Over vergelijkbare gevallen onder de na 1 januari 2004 geldende wetgeving hebben ook verschillende rechtbanken geoordeeld. De Rechtbank Haarlem heeft in 2008 met verwijzing naar het in 6.4 hierboven geciteerde amendement en naar de in 7.11 geciteerde beantwoording van Kamervragen de beperking van de uitzondering in art. 3(2)(a) WWB tot tweedegraads bloedverwanten met zorgbehoefte buiten toepassing gelaten wegens strijd met art. 26 IVBPR. Volgens die Rechtbank moet de uitzondering in art. 3(2)(a) WWB worden gelezen als: ‘tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of bij één van de ongehuwden sprake is van zorgbehoefte’. Die Rechtbank heeft daarom de ongegrondverklaring van het bezwaar tegen de intrekking van de bijstandsuitkering en tegen terugvordering van reeds uitgekeerde bijstand vernietigd wegens strijd met art. 3 WWB en art. 26 IVBPR. Ook de Rechtbank Amsterdam achtte het in strijd met het discriminatieverbod ex art. 14 EVRM om de uitzondering op de gehuwdengelijkstelling in art. 3(2)(a) WWB niet toe te passen op andere ongehuwd samenwonenden van wie één een zorgbehoefte heeft. Met verwijzing naar de thans bestreden uitspraak van de CRvB achtte tenslotte ook de Rechtbank Overijssel de beperking tot tweedegraads bloedverwanten in art. 3(2)(a) in strijd met art. 26 IVBPR.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58ad052d35211cd31cfdea60c8755df11acc6d68e3c5b8558a18b24e04194671. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58ad052d35211cd31cfdea60c8755df11acc6d68e3c5b8558a18b24e04194671, en de alinea staat in dat document op bytes 160074 tot 161723.