Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017
Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 2017, ECLI:NL:PHR:2017:907.
5. Als we dan weer terugkomen bij de uitzondering voor bloedverwanten in de tweede graad van wie bij een van beiden een zorgbehoefte bestaat, kunnen we er natuurlijk ook niet aan voorbij zien dat toenmalig staatssecretaris Rutte vond dat beperking van de uitzondering tot bloedverwanten in de tweede graad in strijd zou komen met art. 26 IVBPR. De CRvB overweegt dienaangaande dat de wetgever van die opvatting geen afstand heeft genomen, noch argumenten heeft genoemd waarom deze ongelijke behandeling wel is te rechtvaardigen. Maar de wetgever heeft natuurlijk wel afstand genomen van die opvatting. Het betreffende amendement is immers aanvaard en onderdeel van de wet geworden. Het is wel juist dat er geen (steekhoudende) argumenten zijn genoemd waarom de opvatting van de staatssecretaris onjuist was. Daar staat tegenover dat de staatssecretaris zelf ook niet veel werk had gemaakt van zijn argumentatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58ad052d35211cd31cfdea60c8755df11acc6d68e3c5b8558a18b24e04194671. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58ad052d35211cd31cfdea60c8755df11acc6d68e3c5b8558a18b24e04194671, en de alinea staat in dat document op bytes 36515 tot 37439.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/58ad052d35211cd31cfdea60c8755df11acc6d68e3c5b8558a18b24e04194671 | shasum -a 256