Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2017
Onder 2.3. Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:916.
Op grond van art. 16 lid 4 Wet Bopz moet bij het verzoek van de officier van justitie een verklaring van de geneesheer-directeur worden overgelegd, waaruit blijkt dat het geval, bedoeld in art. 15 Wet Bopz, zich voordoet. Op grond van art. 8 lid 6, in verbinding met art. 17 lid 2, Wet Bopz kan de patiënt de rechter verzoeken gebruik te maken van zijn bevoegdheid om nader onderzoek door een of meer deskundigen te gelasten (bij wijze van contra-expertise naast de door de officier van justitie overgelegde geneeskundige verklaring). Gelet op de ingrijpende aard van de door de rechter te nemen tot vrijheidsbeneming leidende beslissing, kan een verzoek van de patiënt aan de rechtbank om door een deskundige nader onderzoek te doen verrichten slechts gemotiveerd worden afgewezen. De Hoge Raad heeft dit onder woorden gebracht in de navolgende standaardoverweging:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00fcbaafc122b41c4db58cd6cf4d57abeef5a9a263bd20308c11b6873982e0fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00fcbaafc122b41c4db58cd6cf4d57abeef5a9a263bd20308c11b6873982e0fe, en de alinea staat in dat document op bytes 11132 tot 12013.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00fcbaafc122b41c4db58cd6cf4d57abeef5a9a263bd20308c11b6873982e0fe | shasum -a 256