Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2017

Onder 2.7. Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:916.

De zaak betrof een namens Korošec ingediende aanvraag tot verhoging van zijn invaliditeitsuitkering, kort gezegd ter bekostiging van professionele thuiszorg. De huisarts had de aanvraag ondersteund. Het betrokken bestuursorgaan liet Korošec door een eigen commissie van artsen onderzoeken en wees het verzoek af omdat de noodzaak van professionele thuiszorg uit dat onderzoek niet was gebleken. Na bezwaar werd onderzoek ingesteld door een tweede eigen commissie van artsen en kwam het bestuursorgaan tot dezelfde slotsom. Vervolgens wendde Korošec zich tot de rechter en verzocht een onafhankelijke deskundige aan te wijzen. De Sloveense rechter in eerste aanleg verwierp dat verzoek, kort gezegd op de grond dat het oordeel van de beide commissies van artsen in overeenstemming waren met de andere beschikbare bewijsstukken. Een door Korošec ingesteld hoger beroep leidde niet tot een ander oordeel. Vervolgens klaagde hij in Straatsburg over schending van art. 6 lid 1 EVRM omdat de nationale rechters hun oordeel in wezen hadden gebaseerd op het medisch oordeel van de twee genoemde commissies van artsen. Korošec beschouwde dat niet als een onafhankelijk oordeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00fcbaafc122b41c4db58cd6cf4d57abeef5a9a263bd20308c11b6873982e0fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00fcbaafc122b41c4db58cd6cf4d57abeef5a9a263bd20308c11b6873982e0fe, en de alinea staat in dat document op bytes 16936 tot 18122.