Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2017
Onder 2.25. Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:916.
Op zich is mogelijk dat een rechter voldoende bewijs geleverd acht op basis van een verklaring van een getuige zonder dat de onderliggende informatie ter tafel is gekomen. Denk aan een ‘ de auditu’ -verklaring van een door de rechter gehoorde getuige over hetgeen een andere persoon (die zelf niet als getuige is gehoord) tegen die getuige heeft gezegd . Daarmee vergelijkbaar is de situatie waarin een getuige verklaart over iets dat hij heeft waargenomen in een bepaald document (hier: een oudere medische rapportage), zonder dat het onderliggende document aan partijen en aan de rechter is overgelegd. In dit geval ging het overigens niet om de verklaring van een getuige, maar om de verklaring van de behandelend arts die door de rechtbank werd gehoord als ‘informant’, op de voet van art. 8, lid 4 onder f, Wet Bopz.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00fcbaafc122b41c4db58cd6cf4d57abeef5a9a263bd20308c11b6873982e0fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00fcbaafc122b41c4db58cd6cf4d57abeef5a9a263bd20308c11b6873982e0fe, en de alinea staat in dat document op bytes 35312 tot 36251.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00fcbaafc122b41c4db58cd6cf4d57abeef5a9a263bd20308c11b6873982e0fe | shasum -a 256