Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 september 2017

Onder 4.13 Parket bij de Hoge Raad 1 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:917.

Aan AVT kan worden toegegeven dat [verweerder] de schijn behoorlijk tegen heeft. Dat het hof toch tot het oordeel is gekomen dat onvoldoende is komen vast te staan dat [verweerder] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, is denk ik niet het gevolg van het over het hoofd zien van essentiële stellingen van AVT. Het is het resultaat van (a) het uitgangspunt dat de bewijslast voor ernstig verwijtbaar handelen door [verweerder] bij AVT ligt, (b) [verweerder] de stellingen van AVT gemotiveerd heeft weersproken, (c) AVT niet al haar stellingen heeft onderbouwd met bewijsmiddelen, en (d) geen verder rechterlijk feitenonderzoek heeft plaatsgevonden. Daardoor heeft [verweerder] het voordeel van de twijfel gekregen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d8a7eea5f596e3fa1b60dc8a59d5fab74c843ac27065c9a0133bb0a8909ba13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d8a7eea5f596e3fa1b60dc8a59d5fab74c843ac27065c9a0133bb0a8909ba13, en de alinea staat in dat document op bytes 55423 tot 56149.