Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 september 2017

Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 1 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:917.

In de memorie van toelichting is vermeld dat de transitievergoeding enerzijds is bedoeld als compensatie voor het ontslag en anderzijds om de werknemer met behulp van de hiermee gemoeide financiële middelen in staat te stellen de transitie naar een andere baan te vergemakkelijken. Dit tweeledige doel geeft de transitievergoeding volgens de regering een eigen, hybride karakter. De vergoeding kan, maar behoeft niet, te worden gebruikt voor scholing of begeleiding naar ander werk. Ook indien transitie naar ander werk vrijwel is uitgesloten (bijvoorbeeld ten gevolge van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid), is de transitievergoeding verschuldigd. De transitievergoeding is ook verschuldigd indien de werknemer reeds een andere baan heeft gevonden. De transitievergoeding moet dus niet worden beschouwd als een aanvullende inkomensvoorziening bij werkloosheid. In zijn algemeenheid geldt dat de verschuldigdheid van de transitievergoeding los staat van de vraag of de werknemer daadwerkelijk schade heeft ondervonden door het ontslag. Dat dit geen rol speelt, sluit aan bij het vervallen van het criterium of het ontslag redelijk is mede in het licht van de gevolgen van het ontslag voor de werknemer en de door de werkgever getroffen voorzieningen om deze gevolgen te vervallen (het oude ‘gevolgencriterium’).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d8a7eea5f596e3fa1b60dc8a59d5fab74c843ac27065c9a0133bb0a8909ba13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d8a7eea5f596e3fa1b60dc8a59d5fab74c843ac27065c9a0133bb0a8909ba13, en de alinea staat in dat document op bytes 18251 tot 20038.