Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 september 2017

Onder 3.10 Parket bij de Hoge Raad 15 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:940.

Art. 6:105 BW biedt de ruimte voor deze vorm van afwikkeling van (grotendeels) toekomstige schade. Om de omvang daarvan te bepalen is het nodig zowel ten aanzien van de situatie ‘met’ als de situatie ‘zonder letsel’ inschattingen te maken aan de hand van een afweging van goede en kwade kansen. Uiteindelijk wordt een vergelijking gemaakt tussen de aldus ‘in beeld gebrachte’ feitelijke situatie ‘met letsel’ en de ‘gereconstrueerde’ hypothetische situatie ‘zonder letsel’. Geen van beide lijnen is echter zeker. Dat we daar bij letselschade desondanks genoegen mee nemen, heeft alles te maken met de voor beide partijen aan het alternatief van periodieke afwikkeling (waarin in ieder geval daadwerkelijk meer zicht ontstaat op de situatie ‘met letsel’) verbonden nadelen. Van abstracte begroting is strikt genomen geen sprake: langs deze weg wordt getracht de schade van dit concrete slachtoffer goed te maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc09069fc5778798b8fc39eeca92e228d74c55d9cdbddfd90243352a3535d908. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc09069fc5778798b8fc39eeca92e228d74c55d9cdbddfd90243352a3535d908, en de alinea staat in dat document op bytes 52842 tot 54021.