Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 september 2017
Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 15 september 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:941.
Het gebruik van het woord ‘uitdrukkelijk’ in de definitie van de gerechtelijke erkentenis in art. 154 lid 1 Rv sluit de stilzwijgende erkenning uit . Aan een stilzwijgende erkenning, die onder meer besloten kan liggen in het achterwege blijven van verweer, in een niet voldoende gemotiveerd verweer, in een referte aan het oordeel van de rechter en in het verstek laten gaan, is men in een volgende instantie niet gebonden .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d90cbf137cba9c84aa497d0ce4ae665b2f354ce2a55e7d22c15a2c43e8b8e4b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d90cbf137cba9c84aa497d0ce4ae665b2f354ce2a55e7d22c15a2c43e8b8e4b8, en de alinea staat in dat document op bytes 23883 tot 24450.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d90cbf137cba9c84aa497d0ce4ae665b2f354ce2a55e7d22c15a2c43e8b8e4b8 | shasum -a 256