Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 september 2017

Onder 1.4 Parket bij de Hoge Raad 15 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:943.

Stadstoezicht heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Dit hof heeft bij arrest van 11 maart 2014 het beroepen vonnis vernietigd en de vordering alsnog afgewezen. Het hof stelde vast dat Stadstoezicht als werkgeefster gehouden is pensioenpremie af te dragen aan het ABP over het pensioengevend inkomen van de werknemer en verwierp grief 1 (rov. 5.6). Anders dan Stadstoezicht in grief 2 had aangevoerd, behoorden de betalingen die door partijen als ‘gratificaties’ zijn aangeduid tot het pensioengevend inkomen van de werknemer (rov. 5.7 - 5.14). Het hof achtte het echter naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat de werknemer − die door de netto gratificaties een hoger salaris heeft ontvangen dan waarop hij bij een juiste gang van zaken aanspraak had kunnen maken, en die als directeur van Stadstoezicht deze gratificaties niet als pensioengevend inkomen bij het ABP heeft gemeld − aan Stadstoezicht onrechtmatig handelen of wanprestatie verwijt. Om die reden achtte het hof de vorderingen van de werknemer niet toewijsbaar (rov. 5.20).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2fae702504e0e6aa3e5e4d6e1c1fe34c804d2875ca87c557759b44ecf4e3120. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2fae702504e0e6aa3e5e4d6e1c1fe34c804d2875ca87c557759b44ecf4e3120, en de alinea staat in dat document op bytes 11131 tot 12245.