Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2017

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:96.

Het hof ziet geen aanleiding om af te wijken van de jurisprudentie van de Hoge Raad over het recht op rechtsbijstand gedurende de politieverhoren. Nog daargelaten dat het verweer reeds faalt gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad met betrekking tot de zogenaamde schütznorm, overweegt het hof dat de verdachte en zijn medeverdachten op grond van de Salduz jurisprudentie recht hebben op consultatie van een raadsman voorafgaand aan het politieverhoor als verdachte in de eigen zaak. In de onderhavige zaak zijn de verdachte en zijn medeverdachten voorafgaand aan elk politieverhoor gewezen op hun recht om geen vragen te beantwoorden. Daarnaast hebben zij tijdig gebruik kunnen maken van hun recht om een advocaat te raadplegen. Het hof wijst erop dat de medeverdachten voorafgaand aan hun eerste verklaring hebben kunnen spreken met hun raadslieden - en dit ook in de meeste gevallen hebben gedaan - en dat zij ook na het afleggen van de belastende verklaringen contact hebben gehad met hun raadslieden. Van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering is derhalve geen sprake. De door de medeverdachten bij de politie afgelegde verklaringen kunnen naar het oordeel van het hof tot het bewijs worden gebezigd.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f71c93168190b69e86e06e8afea4a18560c244c9b211ba7d36ff5a49da829f44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f71c93168190b69e86e06e8afea4a18560c244c9b211ba7d36ff5a49da829f44, en de alinea staat in dat document op bytes 8672 tot 9937.