Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2017

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:96.

8. Voor zover gezegd kan worden dat in ’s hofs verwijzing naar de (toen geldende) rechtspraak van de Hoge Raad het oordeel van het hof besloten ligt dat een verdachte geen recht heeft op de aanwezigheid van een raadsman tijdens het (politie)verhoor, komt vooreerst de vraag op welk belang de verdachte in cassatie eigenlijk bij de eerste klacht heeft. Ik wijs erop dat de Hoge Raad in zijn arrest van 6 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2018 – toen het hof de bestreden uitspraak wees op 17 juli 2015 kon het daarmee nog niet bekend zijn – is gekomen tot het volgende oordeel, dat mede betrekking heeft op de vraag vanaf wanneer het in het arrest van HR 22 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3608, NJ 2016/52 – met welk arrest het hof evenmin bekend kon zijn – neergelegde recht op rechtsgeleerde bijstand tijdens verhoren door de politie geldt (rov. 2.7):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f71c93168190b69e86e06e8afea4a18560c244c9b211ba7d36ff5a49da829f44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f71c93168190b69e86e06e8afea4a18560c244c9b211ba7d36ff5a49da829f44, en de alinea staat in dat document op bytes 9945 tot 10854.