Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2017
Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:96.
12. Tot slot een punt dat in de toelichting op het middel in zoverre als ten overvloede wordt aangekaart: inderdaad kan het oordeel van het hof dat geen sprake is van een vormverzuim in de zin van art. 359a Sv naar geldend recht niet (meer) als juist worden aanvaard. Maar – het zij eveneens ten overvloede gezegd – gelet op het arrest van de Hoge Raad van 6 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2018 en meer in het bijzonder de herhaling daarin van de hierboven in randnummer 8 weergegeven overwegingen 6.4.2. en 6.4.3. uit HR 22 december 2015, ECLI:NL:2015:3608, zal deze constatering niet tot cassatie hoeven te leiden, nu het hof het beroep op bewijsuitsluiting slechts had kunnen verwerpen. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte en de medeverdachten tijdig gebruik hebben kunnen maken van hun recht om een advocaat te raadplegen, dat de medeverdachten voorafgaand aan hun eerste verklaring met hun raadslieden hebben kunnen spreken (en dit in de meeste gevallen hebben gedaan) en dat zij ook na het afleggen van de belastende verklaringen contact hebben gehad met hun raadslieden. Verder heeft te gelden dat naar het oordeel van de Hoge Raad art. 359a Sv niet uitsluit dat – afhankelijk van de omstandigheden van het geval –strafvermindering wordt toegepast dan wel wordt volstaan met de enkele vaststelling dat een onherstelbaar vormverzuim is begaan en dat bij het bepalen van de ernst van het verzuim in het bijzonder voorts van belang is of de verhorende opsporingsambtenaren redelijkerwijze mochten aannemen dat niet de gelegenheid behoefde te worden geboden tot het verlenen van rechtsbijstand tijdens het verhoor. Welnu, wat de onderhavige zaak betreft konden de verhorende verbalisanten in januari 2010 een aanscherping jaren later van de regels betreffende de rechtsbijstand in de hier bedoelde zin niet bevroeden. Deze hele zaak overziende, meen ik dat het hof dan zou hebben kunnen volstaan met de enkele vaststelling dat een onherstelbaar vormverzuim heeft plaatsgevonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f71c93168190b69e86e06e8afea4a18560c244c9b211ba7d36ff5a49da829f44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f71c93168190b69e86e06e8afea4a18560c244c9b211ba7d36ff5a49da829f44, en de alinea staat in dat document op bytes 23138 tot 25150.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f71c93168190b69e86e06e8afea4a18560c244c9b211ba7d36ff5a49da829f44 | shasum -a 256