Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Onder 1.14 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:977.

Vervolgens heeft het Hof geoordeeld dat het aannemelijk acht dat, zoals de Inspecteur heeft gesteld, ‘hem voor het opleggen van de primitieve aanslag op 8 december 2009 [niet] bekend was of bekend had moeten zijn dat belanghebbende inkomsten als gastouder had genoten.’ Overigens brengt volgens het Hof de omstandigheid ‘dat een ander onderdeel van de Belastingdienst, te weten de Belastingdienst/Toeslagen hiervan op de hoogte was of had kunnen zijn niet mee dat de Inspecteur bij het opleggen van de primitieve aanslag een ambtelijk verzuim heeft begaan.’ Volgens het Hof vormde de in dit bestand opgenomen informatie met betrekking tot de inkomsten als gastouder van belanghebbende, voor de Inspecteur een nieuw feit, in de zin van artikel 16, eerste lid, van de AWR.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d230ebdd6493b0582fbb3167cea218225462d79a0ba0182e8153fa1ee661e092. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d230ebdd6493b0582fbb3167cea218225462d79a0ba0182e8153fa1ee661e092, en de alinea staat in dat document op bytes 20832 tot 21624.