Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2017
Onder 1 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:978.
Dit is het tweede cassatieberoep in een zaak waarin Uw Raad eerder bij arrest van 24 april 2015 uitspraak heeft gedaan. Uw Raad heeft toen zowel het principale beroep van de Staatssecretaris als het incidentele beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 11 februari 2014 gegrond verklaard, de uitspraak van het hof vernietigd en het geding voor een nieuwe behandeling van de zaak in volle omvang met inachtneming van Uw arrest verwezen naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna ook: het verwijzingshof of: het hof). Het belangrijkste strijdpunt dat de partijen verdeeld hield was of de met ingang van 1 januari 2010 ingevoerde regeling in art. 5.20 lid 3 Wet IB 2001 en de uitvoering daarvan in art. 17a UBIB 2001 in het geval van belanghebbende leiden tot een belastingheffing die in strijd is met art. 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM (hierna: EP). In Uw arrest van 24 april 2015 is dat strijdpunt niet beslecht omdat Uw Raad het bestreden arrest op een ambtshalve bijgebrachte, los van art. 1 EP staande, grond vernietigde, te weten dat (het hof had miskend dat), zoals is overwogen in Uw arrest van 3 april 2015, nr. 13/04247 , art. 17a UBIB 2001 wegens overschrijding van de in art. 5.20 lid 3 Wet IB 2001 gedelegeerde bevoegdheid buiten toepassing moet blijven indien komt vast te staan dat de uit een ‘stapeling van forfaits’ voortvloeiende waardering van verhuurde woningen in betekenende mate (dat wil zeggen voor 10% of meer) hoger is dan de werkelijke waarde daarvan. Indien dat geval zich voordoet dient, aldus Uw Raad, voor de toepassing van art. 5.20 lid 3 Wet IB 2001 met de waardedruk als gevolg van verhuur van een woning rekening te worden gehouden volgens de hoofdregels van box 3, namelijk door uit te gaan van de werkelijke waarde in het economische verkeer van de verhuurde woning op de WOZ-waardepeildatum, in dit geval 1 januari 2009.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4188945b969ad7431389d59d3d4ec85369b4b2d8d9fad057697f536c095a09e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4188945b969ad7431389d59d3d4ec85369b4b2d8d9fad057697f536c095a09e, en de alinea staat in dat document op bytes 6420 tot 8470.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4188945b969ad7431389d59d3d4ec85369b4b2d8d9fad057697f536c095a09e | shasum -a 256