Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2017

Onder 4.24 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:978.

In nr. 16 van zijn “aanvulling motivering cassatieberoep” betoogt belanghebbende dat de door sommigen, en wellicht ook door het hof mogelijk geachte “interne compensatie” binnen box 3 geen steun vindt in de rechtspraak van het EHRM. Uw Raad heeft evenwel inmiddels (in het arrest van 10 juni 2016) geoordeeld dat voor het aannemen van een inbreuk op art. 1 EP niet voldoende is dat het rendement van een bepaalde bezitting structureel blijft beneden de vier procent van het daarin geïnvesteerde vermogen. Dit kan moeilijk anders worden opgevat dan dat Uw Raad het ervoor houdt dat het rendement van de overige bezittingen van de belastingplichtige, althans het met die overige bezittingen haalbare rendement, relevant is bij de beantwoording van de vraag of een inbreuk op art. 1 EP moet worden aangenomen. Ook in de onderhavige zaak moet dus, afgaande op de rechtspraak van Uw Raad, het met het overige vermogen van belanghebbende haalbare rendement onderzocht worden, en belanghebbende heeft zich daarover ook uitgelaten. De stelling van belanghebbende dat zijn rendement op zijn overige box 3-vermogen 1,86% beliep (zie hierboven bij 4.19), is dus een relevante stelling die, afgaande op de rechtspraak van Uw Raad, een in aanmerking te nemen factor is bij de beantwoording van de vraag of de heffing verenigbaar is met art. 1 EP.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4188945b969ad7431389d59d3d4ec85369b4b2d8d9fad057697f536c095a09e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4188945b969ad7431389d59d3d4ec85369b4b2d8d9fad057697f536c095a09e, en de alinea staat in dat document op bytes 51059 tot 52450.