Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2017
Onder 4.28 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:978.
Anderzijds komt mij de situatie van belanghebbende, voor zover die uit de stukken valt af te leiden, ook weer niet bijzonder dramatisch voor in vergelijking met anderen die in 2010 (en later) vermogen hadden dat op een (laagrentende) spaarrekening gestald of in obligaties werd belegd. Zoals ik hiervoor in. 4.7 becijferde, kost het bezit van zijn verhuurde bovenwoning belanghebbende in 2010, uitgaande van de door het hof vastgestelde box 3-heffing, per saldo € 74,73. Dit lijkt mij geen bedrag om lang wakker van te liggen. Echter winst houdt belanghebbende niet over van de verhuur van zijn bovenwoning, dus ook geen ‘decent profit’, terwijl de revenuen van zijn spaargeld na aftrek van de daarover volgens het hof verschuldigde box 3-heffing wellicht evenmin als ‘decent profit’ kunnen worden aangemerkt, zelfs al zou belanghebbende dat spaargeld in 2010 in tienjarige staatsleningen hebben belegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4188945b969ad7431389d59d3d4ec85369b4b2d8d9fad057697f536c095a09e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4188945b969ad7431389d59d3d4ec85369b4b2d8d9fad057697f536c095a09e, en de alinea staat in dat document op bytes 55740 tot 56701.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4188945b969ad7431389d59d3d4ec85369b4b2d8d9fad057697f536c095a09e | shasum -a 256