Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 augustus 2017

Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 11 augustus 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 augustus 2017, ECLI:NL:PHR:2017:984.

Gegrondbevinding van onderdeel 1 brengt mee dat onderdeel 2 geen behandeling meer behoeft. Voor het geval de Hoge Raad oordeelt dat onderdeel 1 niet tot cassatie leidt, bespreek ik kort onderdeel 2. Het oordeel of het gevaar op een andere wijze dan door een gedwongen opname kan worden afgewend vergt een beoordeling van feitelijke aard, die aan de rechtbank is voorbehouden en waarvan de inhoudelijke juistheid in cassatie niet kan worden onderzocht. In cassatie onbestreden is de vaststelling door de rechtbank dat weliswaar de toestand van betrokkene door de toegediende medicatie enigszins is verbeterd, maar dat hij nog steeds psychotisch en achterdochtig is. De geneeskundige verklaring vermeldt bij de anamnese dat er nog onvoldoende vertrouwen is in het medicatiegebruik. Uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling blijkt bovendien dat de behandelend arts aan de rechter heeft medegedeeld dat het de bedoeling is, de medicatie nog beter te doen aansluiten teneinde het psychotisch toestandsbeeld van betrokkene te verminderen. Gelet op dit een en ander, is niet onbegrijpelijk dat de rechtbank tot het oordeel is gekomen dat verdere stabilisatie noodzakelijk is alvorens afspraken kunnen worden gemaakt over een mogelijke ambulante behandeling. Onderdeel 2 stuit hierop af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf5b60ede3fc0ac27e829c530a26f741c9b91f833aaff20a7033c67f4c1ec024. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf5b60ede3fc0ac27e829c530a26f741c9b91f833aaff20a7033c67f4c1ec024, en de alinea staat in dat document op bytes 11009 tot 12313.