Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 september 2017
Onder 3.18. Parket bij de Hoge Raad 15 september 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:985.
Hieruit leid ik af dat de wetgever met de invoering van art. 1:88 lid 5 BW voor ogen stond dat met name middenstandsondernemingen in staat moeten zijn een bankkrediet te nemen en dat het verkrijgen hiervan niet afhankelijk mag zijn van toestemming van de andere echtgenoot. Als de andere echtgenoot het nemen van het bankkrediet zou kunnen tegenhouden, zou de onderneming kunnen omvallen. Bovendien zou het tot ‘echtelijke onaangenaamheden’ kunnen leiden. Daar komt nog bij dat niet (of slechts in geringe mate) is gekozen voor de rechtsvorm van BV of NV vanwege de (gunstige) gevolgen daarvan voor het huwelijksvermogensrecht. Met dit laatste heeft de minister kennelijk bedoeld dat de zich als borg stellende echtgenoot in het verleden niet (of slechts in geringe mate) heeft gekozen voor de rechtsvorm van een BV of een NV om de andere echtgenoot te beschermen tegen aansprakelijkheid of uitwinning. Nu (grotendeels) om andere redenen voor deze rechtsvorm is gekozen, moeten de mogelijke gevolgen voor de andere echtgenoot niet in de weg staan aan het zich als borg stellen door de ‘ene’ echtgenoot ten behoeve van zijn/haar onderneming.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb5e2610a790f6daa0852590e18328dc5d9fd10dde5edaa61f31b0b1e0599ce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb5e2610a790f6daa0852590e18328dc5d9fd10dde5edaa61f31b0b1e0599ce7, en de alinea staat in dat document op bytes 47884 tot 49046.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eb5e2610a790f6daa0852590e18328dc5d9fd10dde5edaa61f31b0b1e0599ce7 | shasum -a 256