Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 september 2017

Onder 2.49 Parket bij de Hoge Raad 22 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:990.

“Met grief 4, die zich keert tegen rechtsoverwegingen 4.11 en 4.12 van het bestreden vonnis, betoogt Irak c.s. in de eerste plaats dat [verweerster]’s recht op executie van het verstekarrest is komen te vervallen doordat zij in de periodes 1989-1999 en 2005-2011 geen aanspraak op betaling heeft gemaakt en de executie in Canada pas elf jaar na het arrest werd aangevangen, te meer nu het om een verstekarrest gaat. Er is daarbij, ingeval van executie, sprake van onevenredige benadeling van Irak c.s. omdat (i) [verweerster] Irak c.s. niet heeft gewezen op de mogelijkheid van verzet, (ii) gelet op de oorlogssituatie redelijkerwijs niet kon worden verwacht dat Irak c.s. nog over bewijsstukken beschikt, en (iii) de rentecomponent ondertussen fors is opgelopen, aldus Irak c.s. Dit – naar het hof begrijpt – beroep op rechtsverwerking moet worden verworpen omdat de genoemde omstandigheden in de risicosfeer van Irak c.s. liggen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8fa117982046f3f09221d752d10d647a388a9006db5ee824e9f89b635abcf10f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8fa117982046f3f09221d752d10d647a388a9006db5ee824e9f89b635abcf10f, en de alinea staat in dat document op bytes 77218 tot 78173.