Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 september 2017

Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 22 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:990.

“6.6.2. Voormelde regel (de regel uit het arrest Ritzen/Hoekstra, toev. A-G) geldt ook voor een verstekvonnis. Het enkele feit dat dit vonnis is gewezen zonder dat inhoudelijk verweer naar voren is gebracht, betekent nog niet dat in een executiegeschil (alsnog) een inhoudelijke toets dient plaats te vinden. Bij een verstekvonnis kan echter wel eerder dan bij een op tegenspraak gewezen vonnis de conclusie worden getrokken dat naderhand is gebleken van feiten die – ware zij eerder bekend geweest – naar verwachting tot een andere uitspraak zou hebben geleid, omdat immers in verstekzaken in beginsel de vordering en hetgeen daaraan ten grondslag is gelegd slechts summierlijk wordt getoetst, doorgaans op eenzijdig door de eiser aangevoerde gronden en zonder dat een partijdebat heeft plaatsgevonden”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8fa117982046f3f09221d752d10d647a388a9006db5ee824e9f89b635abcf10f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8fa117982046f3f09221d752d10d647a388a9006db5ee824e9f89b635abcf10f, en de alinea staat in dat document op bytes 28678 tot 29503.