Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 september 2017

Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 22 september 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:990.

In zijn conclusie voor HR 5 november 1993 neemt A-G Asser aan dat de bevoegdheid om een onherroepelijke uitspraak ten uitvoer te leggen kan worden misbruikt, maar heeft hij de nodige reserves of schorsing van de executie kan plaatsvinden op de grond dat de te executeren uitspraak berust op een juridische of feitelijke misslag. Volgens Asser brengt de binding aan een in kracht van gewijsde gegaan vonnis in beginsel mee dat de discussie over de inhoud van het vonnis of over de wijze waarop het stand is gekomen niet meer kan worden gevoerd in het kader van de vraag of de executant die het vonnis ten uitvoer legt misbruik maakt van zijn bevoegdheid en is het enige criterium, wil men van misbruik van bevoegdheid kunnen spreken, of het onaanvaardbaar is dat de uitspraak ten uitvoer wordt gelegd gelet op de gevolgen voor de geëxecuteerde. Dat is het geval wanneer de executie de geëxecuteerde onevenredig zwaar treft in zijn belangen, waarbij Asser verwijst naar de noodtoestand in het arrest van 22 april 1983 (Ritzen/Hoekstra).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8fa117982046f3f09221d752d10d647a388a9006db5ee824e9f89b635abcf10f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8fa117982046f3f09221d752d10d647a388a9006db5ee824e9f89b635abcf10f, en de alinea staat in dat document op bytes 32154 tot 33204.