Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 september 2018
Onder 4.58.2 Parket bij de Hoge Raad 7 september 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1017.
3.222 Bij het bespreken dit subonderdeel stel ik het volgende voorop. Na verwijzing moet de verwijzingsrechter bepalen wat de grenzen van het geding na verwijzing zijn. Als regel geldt dat de verwijzingsrechter is gebonden aan de in de vernietigde uitspraak gegeven beslissingen die in cassatie niet of tevergeefs zijn bestreden. Daarnaast moet de rechter de zaak met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad behandelen in de stand waarin zij verkeerde toen de vernietigde uitspraak werd gewezen. Ingevolge art. 424 Rv is het gerecht waarnaar het geding is verwezen, verplicht de behandeling daarvan voort te zetten en te beslissen met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad. Dat wil zeggen dat in de regel na verwijzing geen plaats is voor het aanvoeren van nieuwe feiten of verweermiddelen en het aanbieden van tevoren niet aangeboden bewijs. Het cassatieberoep dient niet ertoe voor partijen de gelegenheid tot een nieuwe instructie van de zaak te scheppen. Toch wordt aan deze regel niet meer strikt de hand gehouden. Onder omstandigheden hebben partijen ook na verwijzing ruimte om hun stellingen, vorderingen en weren nader toe te lichten, aan te vullen of zelfs te wijzigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5db773abcd5a6c092e6bdf1b914188f951f8529682e95890d9257d5bdf17435e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5db773abcd5a6c092e6bdf1b914188f951f8529682e95890d9257d5bdf17435e, en de alinea staat in dat document op bytes 256512 tot 257848.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5db773abcd5a6c092e6bdf1b914188f951f8529682e95890d9257d5bdf17435e | shasum -a 256