Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 september 2018

Onder 4.58.2 Parket bij de Hoge Raad 7 september 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1017.

3.253 Voorts is het hof niet gehouden om alle waarnemingen die hij aan zijn beslissing ten grondslag legt in het proces-verbaal op te nemen. Het hof heeft in rov. 4.66 van het eindarrest overwogen dat ter zitting onbestreden is toegelicht dat, als de verkoop van de aandelen in Yukos Finance aan Promneftstroy in Nederland niet geldig blijkt, een procedure zal worden gevolgd die er, uiteindelijk, toe leidt dat de achterliggende belanghebbenden naar rato van hun rechten de beschikbare middelen ontvangen. Vervolgens heeft het hof in rov. 4.70 overwogen dat met betrekking tot de praktische consequenties van het onthouden van ‘erkenning’ aan het Russische faillissementsvonnis, ter zitting is verklaard dat geen behoefte bestaat aan het ter discussie stellen van alledaagse overeenkomsten (zoals ‘kleine’ aankopen) en dat partijen concrete, wel terug te draaien transacties niet konden noemen. Bij de vaststelling van het ter zitting verhandelde is de rechter niet gebonden aan de inhoud van het proces-verbaal. Om die reden bestrijdt het middel (nr. 242) rov. 4.66 en 4.70 van het eindarrest dan ook niet met een motiveringsklacht, maar wordt daarvan vernietiging gevraagd (nr. 243).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5db773abcd5a6c092e6bdf1b914188f951f8529682e95890d9257d5bdf17435e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5db773abcd5a6c092e6bdf1b914188f951f8529682e95890d9257d5bdf17435e, en de alinea staat in dat document op bytes 288337 tot 289609.