Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 september 2018
Onder 1.4 Parket bij de Hoge Raad 7 september 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1024.
Bij arrest van 11 juli 2017 heeft het gerechtshof Den Haag het vonnis van de rechtbank vernietigd voor zover het de proceskostenveroordeling op de voet van art. 1019h Rv betrof, en voor het overige bekrachtigd, met veroordeling van de domeinnaamhouder in de proceskosten volgens het liquidatietarief. Het hof overwoog, kort samengevat en voor zover in cassatie van belang, als volgt. In hoger beroep heeft de domeinnaamhouder geconcretiseerd dat de grondslag van zijn vordering primair is gelegen in de Geschillenregeling en subsidiair in onrechtmatige daad respectievelijk ongerechtvaardigde verrijking (rov. 3.1). Op de primaire grondslag is de vordering niet toewijsbaar (rov. 4.1 - 4.14). De subsidiaire grondslag van zijn vordering heeft de domeinnaamhouder aldus toegelicht dat de merkhouder onrechtmatig handelt althans ongerechtvaardigd wordt verrijkt indien zij de domeinnaam aan zich laat overdragen (rov. 5.1). Dienaangaande overweegt het hof:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/644824fbd7d2da2e617db7990adfe7740de4d8300a7bfd416e4b6209727be639. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 644824fbd7d2da2e617db7990adfe7740de4d8300a7bfd416e4b6209727be639, en de alinea staat in dat document op bytes 10597 tot 11628.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/644824fbd7d2da2e617db7990adfe7740de4d8300a7bfd416e4b6209727be639 | shasum -a 256