Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 september 2018

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 7 september 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1024.

De onderdelen 1.3 en 1.4 strekken ten betoge dat het hof – zelfs indien juist zou zijn dat de domeinnaamhouder geen merkenrechtelijke beoordeling had gewenst – de vordering niet heeft kunnen afwijzen zonder vast te stellen dat het gebruik van de domeinnaam inbreuk maakt op het DUNGS-merk. Onderdeel 1.3 is gericht tegen de overweging van het hof dat de domeinnaamhouder ook overigens onvoldoende heeft gesteld om vast te kunnen stellen dat de merkhouder onrechtmatig handelt of ongerechtvaardigd wordt verrijkt door de bevolen overdracht. Het onderdeel klaagt dat een onvrijwillige overdracht van de geregistreerde domeinnaam aan de merkhouder in beginsel een onrechtmatige daad of ongerechtvaardigde verrijking van de merkhouder ten koste van de domeinnaamhouder oplevert, behoudens een door de merkhouder te stellen en te bewijzen rechtvaardiging daarvoor, zoals merkinbreuk door de domeinnaamhouder. Hierop voortbouwend klaagt onderdeel 1.4 dat degene die een domeinnaam houdt in beginsel gerechtigd is tot die domeinnaam, zodat een onvrijwillige ontneming van (het recht op) die domeinnaam in beginsel onrechtmatig is jegens de domeinnaamhouder, althans een ongerechtvaardigde verrijking ten koste van de domeinnaamhouder oplevert, behoudens een door de wederpartij te stellen en te bewijzen rechtvaardigingsgrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/644824fbd7d2da2e617db7990adfe7740de4d8300a7bfd416e4b6209727be639. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 644824fbd7d2da2e617db7990adfe7740de4d8300a7bfd416e4b6209727be639, en de alinea staat in dat document op bytes 35581 tot 37130.