Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 september 2018

Onder 2.32 Parket bij de Hoge Raad 7 september 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1027.

Naar de kern genomen bestempelt de tweede klacht ( cassatieverzoekschrift nr. 2.17 ) als onbegrijpelijk dat het hof de post ‘pensioen’ afwijst op de grond dat het verlies aan verdiencapaciteit waarvoor de vrouw compensatie wenst, berust op een keuze van beide partijen (hun vertrek naar Canada) welke is begrepen in de welstand van partijen ten tijde van het huwelijk. Daartoe wordt aangevoerd dat de vrouw in appel gemotiveerd heeft betoogd dat door partijen met het oog op hun (gezamenlijke) toekomst na pensionering geld opzij werd gezet voor een pensioenvoorziening gerelateerd aan de welstand van partijen, en dat het aandeel dat de man daarin had nu wegvalt (verwezen wordt naar het appelschrift onder 17 en 19 (aangehaald hiervoor onder 2.25.7)). Volgens het middel ligt in dit betoog besloten dat het niet de bedoeling van partijen is geweest dat de vrouw van het vertrek naar Canada voor wat betreft haar eigen pensioenopbouw negatieve gevolgen zou ondervinden. Dat, zoals het hof overweegt, de keuze voor het vertrek naar Canada zou zijn inbegrepen in de welstand van partijen ten tijde van het huwelijk, is volgens de vrouw daarom onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33d7410dd99678af146b60f725b8606d5c8936574108bb457b2888492095d3d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33d7410dd99678af146b60f725b8606d5c8936574108bb457b2888492095d3d2, en de alinea staat in dat document op bytes 76937 tot 78326.