Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 september 2018

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 7 september 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1027.

Voorop staat dat een aanspraak op alimentatie slechts bestaat voor zover de echtgenoot niet voldoende inkomsten tot zijn levensonderhoud heeft noch zich deze in redelijkheid kan verwerven (art. 1:157 lid 1 BW). Bij de vraag of de echtgenoot zich in redelijkheid voldoende inkomsten kan verwerven (verdiencapaciteit heeft), speelt een veelheid van omstandigheden een rol, waaronder de noodzaak tot verzorging van kinderen, de leeftijd, de gezondheidstoestand, de werkervaring, de situatie op de arbeidsmarkt, de achterstand in scholing en vakopleiding die (mede) door het huwelijk is ontstaan en ook de vraag naar de geschiktheid van de arbeid. Voor het antwoord op de vraag of sprake is van behoeftigheid is naast het inkomen ook de aanwezigheid van vermogen en daaruit voortvloeiende inkomsten van belang. Of van degene die om vaststelling van partneralimentatie verzoekt kan worden gevergd dat hij inteert op zijn vermogen, hangt af van de omstandigheden van het geval.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33d7410dd99678af146b60f725b8606d5c8936574108bb457b2888492095d3d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33d7410dd99678af146b60f725b8606d5c8936574108bb457b2888492095d3d2, en de alinea staat in dat document op bytes 26410 tot 27458.