Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 september 2018
Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 7 september 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1027.
De vierde klacht ( cassatieverzoekschrift nr. 2.9 ) luidt dat voor zover het hof in rov. 43 heeft gemeend dat van de vrouw redelijkerwijs kan worden gevergd dat zij, om te kunnen voorzien in haar eigen behoefte, haar huidige baan opgeeft voor een andere baan, dat rechtens onjuist en/of onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd is. De vrouw heeft immers gemotiveerd betoogd dat zij een vaste aanstelling heeft bij het RIVM en dat van haar in de huidige omstandigheden niet kan worden verlangd dat zij die zekerheid opzij zet en elders aan de slag gaat met (naar alle waarschijnlijkheid) een jaarcontract. Het hof had dit (essentiële) betoog bij zijn oordeel dienen te betrekken, hetgeen het hof volgens het middel niet (voldoende) kenbaar heeft gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33d7410dd99678af146b60f725b8606d5c8936574108bb457b2888492095d3d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33d7410dd99678af146b60f725b8606d5c8936574108bb457b2888492095d3d2, en de alinea staat in dat document op bytes 46845 tot 47747.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/33d7410dd99678af146b60f725b8606d5c8936574108bb457b2888492095d3d2 | shasum -a 256