Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2018
Onder 1.10 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1077.
Indien Uw Hof van mening is dat de Nalatenschap thans juist is verdeeld en de wettelijke verdeling niet was beoogd, behoort de vordering van [de echtgenote] in de hoofdzaak te worden afgewezen en bestaat bij de vrijwaring in zoverre geen belang meer. Eveneens dient de vordering in de hoofdzaak te worden afgewezen, indien [de echtgenote] op grond van het Testament 2011 (gesteund door het testament dat reeds in 2008 was verleden) daadwerkelijk aanspraak kon maken op de wettelijke verdeling. Haar gestelde schade is in dat geval immers niet het gevolg van de door haar gestelde fout van de Notaris, maar het gevolg van haar beslissing om haar rechten op grond van een vaststellingsovereenkomst met de Kinderen prijs te geven. (…)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/314cbb6fc3442014f690b5214217349c8ec2ef7c3598ace40ba47024bad3cb4f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 314cbb6fc3442014f690b5214217349c8ec2ef7c3598ace40ba47024bad3cb4f, en de alinea staat in dat document op bytes 42146 tot 42892.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/314cbb6fc3442014f690b5214217349c8ec2ef7c3598ace40ba47024bad3cb4f | shasum -a 256