Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2018
Onder 1.11 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1077.
Als uw Hof tot het oordeel komt dat de vordering van [de echtgenote] moet worden toegewezen, dan geldt evenwel tegelijkertijd dat de Kinderen thans in werkelijkheid nog niet hadden mogen erven, maar hen slechts een (nog niet opeisbare) vordering op [de echtgenote] had moeten toekomen. Het is namelijk – zogezegd – van tweeën een: ofwel de wettelijke verdeling was niet beoogd en dan dient de vordering van [de echtgenote] te worden afgewezen, ofwel de wettelijke verdeling was wel beoogd, maar dan hebben de Kinderen thans te vroeg (en dus ten onrechte) reeds een erfdeel toebedeeld gekregen, want dat erfdeel zou hen eerst toekomen nadat de vordering uit hoofde van de wettelijke verdeling op [de echtgenote] opeisbaar zou zijn geworden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/314cbb6fc3442014f690b5214217349c8ec2ef7c3598ace40ba47024bad3cb4f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 314cbb6fc3442014f690b5214217349c8ec2ef7c3598ace40ba47024bad3cb4f, en de alinea staat in dat document op bytes 42972 tot 43729.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/314cbb6fc3442014f690b5214217349c8ec2ef7c3598ace40ba47024bad3cb4f | shasum -a 256