Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2018

Onder 2.17 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1077.

Al met al zijn er in de processtukken van de notaris c.s. in eerste aanleg en in appel duidelijke passages aan te wijzen waaruit blijkt dat de in vrijwaring ingestelde vorderingen afhankelijk zijn gesteld van toewijzing van de vordering in de hoofdzaak. Dat het hof ervan is uitgegaan dat met de afwijzing van de (hoofd)vordering geen grond meer aanwezig is voor de vordering in vrijwaring is m.i. dan ook niet onbegrijpelijk. De opmerking in de pleitnota in hoger beroep van de notaris c.s. dat de vordering inhoudende een verklaring voor recht een zelfstandige vordering is en dat het hof dat onderdeel van de vordering dient te beoordelen ook als de vordering in de hoofdzaak zou worden afgewezen , kan daaraan niet afdoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/314cbb6fc3442014f690b5214217349c8ec2ef7c3598ace40ba47024bad3cb4f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 314cbb6fc3442014f690b5214217349c8ec2ef7c3598ace40ba47024bad3cb4f, en de alinea staat in dat document op bytes 53501 tot 54367.