Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2018

Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1077.

Het hof heeft geoordeeld dat er geen grond aanwezig is voor de vordering in vrijwaring gezien de afwijzing van de hoofdvordering van de echtgenote en heeft het vonnis in vrijwaring van de rechtbank bekrachtigd. Het hof heeft daarmee de notaris c.s. in de vrijwaringszaak in het ongelijk gesteld. Het hof heeft niet geoordeeld dat zich in dit geval een van de twee gronden voor compensatie van de proceskosten voordoet, maar bij zijn beslissing om de proceskosten te compenseren (i) de houding van geïntimeerden met betrekking tot de uitleg van het testament van erflater betrokken, (ii) acht geslagen op “hetgeen zij in de vaststellingsovereenkomst met elkaar zijn overeengekomen” en (iii) overwogen dat “ook van geïntimeerden had mogen worden verlangd dat zij de notaris hadden betrokken bij het tot stand komen van de vaststellingsovereenkomst”. Daarmee geeft het oordeel van het hof hetzij blijk van een onjuiste rechtsopvatting met betrekking tot compensatie van proceskosten hetzij is dit oordeel onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/314cbb6fc3442014f690b5214217349c8ec2ef7c3598ace40ba47024bad3cb4f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 314cbb6fc3442014f690b5214217349c8ec2ef7c3598ace40ba47024bad3cb4f, en de alinea staat in dat document op bytes 62032 tot 63081.