Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2018

Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1077.

De laatste volzin van het eerste lid van art. 237 Rv bepaalt dat de rechter de kosten die nodeloos werden aangewend of veroorzaakt, voor rekening kan laten (onderscheidenlijk brengen ) van de partij die deze kosten aanwendde of veroorzaakte. Deze bevoegdheid staat los van de vraag welke partij in het (on)gelijk is gesteld. Ook de in het gelijk gestelde partij kan op deze grond derhalve kosten voor haar eigen rekening moeten nemen dan wel worden veroordeeld in de kosten die de verliezer nodeloos heeft moeten maken .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/314cbb6fc3442014f690b5214217349c8ec2ef7c3598ace40ba47024bad3cb4f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 314cbb6fc3442014f690b5214217349c8ec2ef7c3598ace40ba47024bad3cb4f, en de alinea staat in dat document op bytes 63563 tot 64223.