Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018
Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:109.
In rov. 3.2 is het hof ingegaan op de stelling van appellante zoals weergegeven in rov. 3.1. Die stelling hield in dat de burgerlijke rechter – anders dan de strafrechter, die aan het ‘noodzakelijkheidscriterium’ toetst – ertoe gehouden is, de beslissing van het O.M. te toetsen aan de hand van het criterium van de redelijkheid . Het hof constateert dat de strafkamer het ‘noodzaakcriterium’ heeft gehanteerd en dat het O.M., desgewenst, een ruimer criterium zou kunnen aanleggen. Met andere woorden: ook volgens het hof was het O.M. bij zijn beslissing om het verzoek van de verdachte wel of niet in te willigen, niet gebonden aan het strafprocesrechtelijke ‘noodzakelijkheidscriterium’. Getoetst aan het door de appellante zelf bepleite criterium van de redelijkheid, is de weigering van het O.M. volgens het hof niet onredelijk om twee redenen:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b93dfbaafa9df257fbf46c3c2a4e312ca045673534f15c4a0419bcec4fb4cc75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b93dfbaafa9df257fbf46c3c2a4e312ca045673534f15c4a0419bcec4fb4cc75, en de alinea staat in dat document op bytes 29405 tot 30345.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b93dfbaafa9df257fbf46c3c2a4e312ca045673534f15c4a0419bcec4fb4cc75 | shasum -a 256