Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018

Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:109.

De regeling van het tegenonderzoek in het strafproces is nu neergelegd in art. 150 lid 1 Sv: de officier van justitie kan in het belang van het onderzoek ambtshalve of op het verzoek van de verdachte een deskundige benoemen, die als deskundige is geregistreerd. Art. 150a lid 1 Sv regelt de inbreng van de verdachte: de verdachte kan verzoeken tot het doen van aanvullend onderzoek of het geven van aanwijzingen omtrent het uit te voeren onderzoek. Het derde lid van dit artikel bepaalt dat de verdachte naar aanleiding van de uitslag binnen twee weken na kennisgeving daarvan om een tegenonderzoek kan verzoeken. Hij geeft daarbij aan om welke redenen hij het doen verrichten van een tegenonderzoek aangewezen acht. Hij geeft voorts aan, welke deskundige het onderzoek, dat gelijkwaardig moet zijn aan het eerste onderzoek, zou moeten uitvoeren. Ingevolge art. 150c, lid 2, Sv wordt de deskundige die het tegenonderzoek verricht in staat gesteld dit uit te voeren: hij verkrijgt daartoe toegang tot het onderzoeksmateriaal en de bijbehorende gegevens uit het eerste onderzoek. De minister lichtte dit laatste toe als volgt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b93dfbaafa9df257fbf46c3c2a4e312ca045673534f15c4a0419bcec4fb4cc75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b93dfbaafa9df257fbf46c3c2a4e312ca045673534f15c4a0419bcec4fb4cc75, en de alinea staat in dat document op bytes 39281 tot 40418.