Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018
Onder 2.15 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:109.
Het is waar, dat de verdachte in een strafzaak zich niet behoeft te beperken tot een lijdelijke rol: hij mag actief op zoek gaan naar ontlastend bewijsmateriaal. Het aangevoerde argument lijkt mij passend indien het zou gaan om bewijsmateriaal dat de verdachte zelf heeft vergaard of heeft doen vergaren. Dat materiaal mag hij, naar eigen keuze, voor zich houden of inbrengen in de strafprocedure. Op grond van het nemo tenetur -beginsel is een verdachte immers niet gehouden medewerking te verlenen aan zijn eigen veroordeling . Het aangevoerde argument legt geen gewicht in de schaal wanneer het, zoals in deze zaak, gaat om een verdachte die de beschikking wil krijgen over bewijsmateriaal dat zich onder beheer van het O.M. bevindt en dat onafhankelijk van zijn wil is vergaard door de instanties die met opsporing en vervolging zijn belast. Voor een tegenonderzoek van dat bewijsmateriaal is de verdachte aangewezen op de mogelijkheden die in het Wetboek van Strafvordering worden geboden (te weten in art. 150 e.v. Sv, met inachtneming van de vereisten die het EVRM daaraan stelt).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b93dfbaafa9df257fbf46c3c2a4e312ca045673534f15c4a0419bcec4fb4cc75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b93dfbaafa9df257fbf46c3c2a4e312ca045673534f15c4a0419bcec4fb4cc75, en de alinea staat in dat document op bytes 42919 tot 44151.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b93dfbaafa9df257fbf46c3c2a4e312ca045673534f15c4a0419bcec4fb4cc75 | shasum -a 256