Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018

Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:112.

Het oordeel van het hof zou ook zo kunnen worden begrepen, dat het verzoek wordt afgewezen omdat het hof beide vorderingen kansloos acht. Dat dit de gedachtegang van het hof is geweest, zou kunnen worden afgeleid uit de overweging aan het begin van rov. 2.10, dat [verzoeker] ‘ geen andere feiten en omstandigheden aan [het huidige verzoek] heeft gelegd dan die welke reeds in de eerdere procedure bekend waren, laat staan dat er sprake is van stukken van beslissende aard die door toedoen van ABN Amro zijn achtergehouden .’ Het is aannemelijk dat het hof hiermee bedoelt dat een vordering van [verzoeker] op grond van art. 382 sub c Rv kansloos is, nu in de eerste zin van rov. 2.10 aan deze bepaling wordt gerefereerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d91df4dc40fa2dd6ea45e97df2048b417c119d3b74b3eda523da6a44aa0f871d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d91df4dc40fa2dd6ea45e97df2048b417c119d3b74b3eda523da6a44aa0f871d, en de alinea staat in dat document op bytes 40728 tot 41500.