Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018

Onder 2.20 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:113.

De afwijking van art. 358 lid 2 Rv ziet alleen op de aanvang van de appeltermijn, zo is te lezen in de wetsgeschiedenis. De bepaling ziet dus niet op de vraag wie hoger beroep kunnen instellen, maar op de aanvang van de appeltermijn voor de verschillende appellanten. Met art. 806 lid 1 Rv is gewaarborgd dat in beginsel alle belanghebbenden in de zin van art. 798 Rv in hoger beroep kunnen gaan, ook als zij om welke reden dan ook geen afschrift van de beschikking hebben ontvangen. Deze extra waarborgen zijn nodig, enerzijds omdat iemand die in eerste aanleg geen belanghebbende was dat in hoger beroep wel kan zijn, en anderzijds om dat er voor de onderhavige verzoekschriftprocedures niet meer de mogelijkheid van verzet bestaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45, en de alinea staat in dat document op bytes 48728 tot 49667.