Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018
Onder 2.29 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:113.
Art. 1:198 lid 1 BW bepaalt dat de juridische moeder van een kind de vrouw is uit wie het kind geboren is, de ‘geboortemoeder’ (lid 1 sub a). Uit lid 1 sub a volgt dat ook de draagmoeder automatisch juridische moeder van een kind is. Als een kind wordt geboren binnen een lesbische relatie (huwelijk of geregistreerd partnerschap), is ook deze ‘duomoeder’ juridische moeder, op voorwaarde dat bij de geboorteaangifte van het kind een verklaring wordt overlegd dat het kind is verwekt door kunstmatige donorbevruchting (lid 1 sub b). Duomoederschap kan, als het kind alleen een moeder heeft, bovendien ontstaan door erkenning van het kind door een andere vrouw (lid 1 sub c). Ten slotte is juridische moeder de vrouw wiens ouderschap gerechtelijk is vastgesteld (lid 1 sub d) en die het kind heeft geadopteerd (lid 1 sub e).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45, en de alinea staat in dat document op bytes 59071 tot 60107.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45 | shasum -a 256