Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018

Onder 2.36 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:113.

Volgens de hoofdregel staat de minderjarige vanaf zijn geboorte van rechtswege onder gezamenlijk gezag van beide ouders (dat wil zeggen: van de juridische ouders , zie onder 2.28-2.30), mits zij zijn gehuwd of een geregistreerd partnerschap hebben (art. 1:251 lid 1 en 1:253aa lid 1 BW). Is dat niet het geval, dan oefent de moeder uit wie het kind geboren is, van rechtswege het gezag over de minderjarige alleen uit (art. 1:253b lid 1 BW). Om alsnog het gezamenlijk gezag te verkrijgen, kunnen de ouders van een kind dat is of wordt erkend, samen een verzoek indienen bij de griffie van de rechtbank om in het gezagsregister aan te tekenen dat zij gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen (art. 1:252 jo. art. 1:244 BW). Ook de tot het gezag bevoegde ouder van het kind die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder uit wie het kind is geboren heeft uitgeoefend, kan de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten dan wel om hem alleen met het gezag over het kind te belasten (art. 1:253c lid 1 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45, en de alinea staat in dat document op bytes 66117 tot 67320.