Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018
Onder 2.37 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:113.
Indien het verzoek strekt tot de verkrijging van gezamenlijk gezag en de andere ouder hiermee niet instemt, kan de rechter het verzoek slechts afwijzen indien (i) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen (het “klem- en verloren-criterium”), of (ii) afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is (art. 1:253c lid 2 BW). Uit deze bepaling kan worden afgeleid dat het gezamenlijk gezag de norm is. Slechts in het geval van ernstige contra-indicaties kan hiervan worden afgeweken. Indien het verzoek strekt tot de verkrijging van eenhoofdig gezag, wijst de rechter dat verzoek slechts toe indien hij dit in het belang van het kind wenselijk oordeelt (art. 1:253c lid 3 BW).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45, en de alinea staat in dat document op bytes 67400 tot 68372.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45 | shasum -a 256