Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018

Onder 2.38 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:113.

Dat het gezamenlijk ouderlijk gezag als uitgangspunt heeft te gelden, kan ook worden afgeleid uit de bepaling dat de ouders die gezamenlijk het gezag hebben, dit na echtscheiding gezamenlijk blijven uitoefenen (art. 1:251 lid 2 BW). Daarmee is voor gezamenlijk gezag na echtscheiding géén rechterlijke beslissing nodig, maar voor eenhoofdig gezag wel (art. 1:251a BW). De ratio hiervan is dat de inmenging in het family life (door de echtscheiding) zo beperkt mogelijk moet worden gehouden. Ook in het bepaalde in art. 1:253 lid 1 BW, dat gezamenlijk gezag van rechtswege herleeft indien gewezen echtgenoten met elkaar hertrouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan, komt de norm van gezamenlijk ouderlijk gezag tot uitdrukking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45, en de alinea staat in dat document op bytes 68452 tot 69364.