Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018

Onder 2.48 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:113.

Het hof stelt hierbij voorop dat in dit soort zaken het belang van het kind van cruciale betekenis is (§ 65). Gelet op het ingrijpende karakter van een gezagsbeëindigende maatregel kan zo’n maatregel alleen worden genomen bij uitzonderlijke omstandigheden en als zij gerechtvaardigd wordt door het dwingende belang van het kind (§ 65). Aangezien nationale instanties het voordeel hebben van direct contact met alle betrokkenen, komt hen bij het opleggen van een jeugdbeschermingsmaatregel in beginsel een ruime beoordelingsvrijheid toe (‘ margin of appreciation ’). Die beoordelingsvrijheid is echter minder groot (‘ stricter scrutinity ’) wanneer het gaat om verdere beperkingen, zoals beperkingen van omgangsrechten. Op zijn minst mag van de bevoegde autoriteiten worden verwacht dat op gezette tijden een herbeoordeling plaatsvindt, zodat bekeken kan worden of er een verbetering van de situatie heeft plaatsgevonden (§ 68).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45, en de alinea staat in dat document op bytes 84288 tot 85308.