Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018
Onder 2.61 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:113.
Een tweetal uitspraken heeft specifiek betrekking op het belanghebbende-begrip in jeugdbeschermingszaken. Een eerste uitspraak ging over een machtiging tot uithuisplaatsing van meerdere minderjarige kinderen. In een ten overvloede-overweging oordeelde de Hoge Raad dat het hof de oudste broer van de onder toezicht gestelde en uit huis te plaatsen kinderen terecht niet had aangemerkt als belanghebbende in de procedure strekkende tot machtiging tot uithuisplaatsing. Overwogen werd dat de procedure een maatregel met betrekking tot het ouderlijk gezag in het kader van een ondertoezichtstelling betreft. Dat gezag wordt over elk minderjarig kind afzonderlijk uitgeoefend en ten aanzien van elk kind afzonderlijk moet worden beoordeeld of is voldaan aan de wettelijke criteria die gelden voor toepassing van de maatregel. Er waren in die procedure dan ook zoveel zaken aanhangig als er minderjarige kinderen waren ten aanzien waarvan de uithuisplaatsing was verzocht, zodat elke zaak het gezag over en de uithuisplaatsing van alleen het daarin betrokken kind betrof (rov. 4.3.2). Hieruit volgde volgens de Hoge Raad dat in de zaak van elk minderjarig kind enkel de uit het gezag over dat kind voortvloeiende rechten en verplichtingen van dit kind en van de ouders die het gezag over dit kind uitoefenen dan wel van anderen die dit kind als behorend tot hun gezin verzorgen en opvoeden (de pleegouder) zijn betrokken. Daarom kunnen in die zaak slechts als belanghebbenden in de zin van art. 798 lid 1 Rv worden beschouwd – naast de instellingen en organen die ingevolge art. 1:261 lid 1 BW de uithuisplaatsing kunnen verzoeken – de met het gezag belaste ouder(s), een ander die het minderjarige kind als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, en het kind zelf, mits dit twaalf jaren of ouder is (rov. 4.3.3). Dat de maatregel van uithuisplaatsing inbreuk zou maken op het family life tussen de broer en de uit huis te plaatsen minderjarigen, zoals namens de broer was aangevoerd, deed daar volgens de Hoge Raad niet aan af:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45, en de alinea staat in dat document op bytes 105182 tot 107397.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45 | shasum -a 256