Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018
Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:113.
Gelet op het wettelijke uitgangspunt dat zowel de vader als de moeder (gezamenlijk) gezag over het kind hebben én het ingrijpende karakter van een beslissing tot gezagsbeëindiging, zal bij de beslissing over een dergelijk verzoek altijd beoordeeld moeten worden of de beëindiging van het gezag zowel ten aanzien van de ene ouder als ten aanzien van de andere ouder dient te worden uitgesproken. Dat biedt de rechter ook de meeste ruimte om recht te doen aan het belang van het kind. Daarmee is het op zichzelf juist dat in een beslissing tot gezagsbeëindiging van beide ouders, materieel twee beslissingen kunnen worden onderscheiden, namelijk een beslissing tot beëindiging van het gezag van de ene ouder en een beslissing tot beëindiging van het gezag van de andere ouder. Het voorgaande geldt m.i. ook als slechts een verzoek voorligt tot beëindiging van het gezamenlijke gezag van de ouders. De rechter kan immers altijd beslissen om dit verzoek slechts ten aanzien van één van de ouders toe te wijzen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45, en de alinea staat in dat document op bytes 145594 tot 146657.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45 | shasum -a 256