Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018

Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:113.

Ten slotte moet de vraag bekeken worden vanuit het belang van het kind, dat uiteindelijk altijd voorop moet staan bij beslissingen over gezagsbeëindiging (zie de uitspraak N.P./Moldavië , § 65, besproken onder 2.47 e.v.). Een maatregel tot gezagsbeëindiging treft niet alleen het family life van de ouders, maar ook dat van het kind. In beginsel is het in het belang van kind dat de band met zijn biologische ouders behouden blijft, tenzij er zwaarwegende belangen zijn om deze te verbreken ( N.P./Moldavië , § 66). Met het oog hierop is het ook in het belang van het kind, dat zoveel mogelijk beide ouders in de procedure tot gezagsbeëindiging te worden betrokken. Daarmee is niet te rijmen dat de niet-appellerende ouder in hoger beroep buiten de procedure tot gezagsbeëindiging van de andere ouder wordt gehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45, en de alinea staat in dat document op bytes 151361 tot 152337.